Vrij verkeer van goederen en diensten: einde van het detailhandelsbeleid?

 

Op Europees niveau is in de zogenaamde “Dienstenrichtlijn” vastgelegd dat binnen de EU het verkeer van goederen en diensten niet aan beperkingen onderhevig dienen te zijn tenzij er een noodzaak aanwezig is om deze beperkingen wel op te leggen. Het Europees Hof heeft inmiddels bepaald dat ook detailhandel onder deze Dienstenrichtlijn valt. De vraag rees dan ook snel of gemeenten nog in staat zijn tot het stellen van regels in hun bestemmingsplannen ten aanzien van de branchering van winkels. 

 

In een recente uitspraak oordeelde de Raad van State dat als noodzaak voor beperkingen met betrekking tot de detailhandel aangemerkt kunnen worden het behoud van de leefbaarheid van een stadscentrum en het voorkomen van leegstand in binnenstedelijk gebied. Branchering ten aanzien van een perifere winkellocatie kan noodzakelijk zijn voor het beschermen van een stedelijk milieu en kan daarmee een dwingende reden van algemeen belang dienen. 

 

In dezelfde uitspraak (bestemmingsplan Appingedam van 20 juni 2018) werd opgemerkt dat er sprake dient te zijn van evenredigheid tussen de op te leggen beperkingen (de mate van branchering binnen het bestemmingsplan) en het uiteindelijke doel hiervan (bescherming stedelijk gebied). De Raad van State oordeelde in het onderhavig geval dat onvoldoende was aangetoond dat de gestelde beperkingen ook daadwerkelijk evenredig zijn met de gewenste bescherming van het binnenstedelijk winkelgebied. 

 

Met deze uitspraak is derhalve duidelijk geworden dat wil een gemeente met succes een aanvraag voor reguliere detailhandel op bijvoorbeeld perifere locaties kunnen afwijzen, het beleid en de hierin opgenomen branchering zeer goed onderbouwd dienen te zijn met actuele en concrete onderzoeksgegevens. MKB Reva is u hierbij graag behulpzaam.

 

Voor meer informatie kunt u zich wenden tot Eddy Wiersema (e.wiersema@mkbreva.nl).

 

 



Terug